Zonder afscheid slaat verdriet naar binnen


De Beste Kwaliteit CBD Olie?

MHBioShop CBD Olie Specialist

 


Pour la meilleure qualité d’Huile de CBD Visitez

HuileCBD.be specialiste Huile de CBD


 

 

1 Ab en Wil Niesing

Ab Niesing (72) staat voorovergebogen voor het graf van zijn zoon, zijn vrouw Wil (70) geeft hem een schepje aan. Nieuwe plantjes, ze zijn al even niet geweest. De lavendel, wijst Wil, was een verrassing. Vast van de buurvrouw; haar zoon ligt twee graven naast de hunne.

Begraafplaats Rhijnhof in Leiden. Norbert Niesing, een vrolijke jongen met een pet, lacht de lavendel vanaf de glasplaat op zijn grafsteen toe. 1979-2002, staat erop.

Een paar dagen daarna, Wil schenkt de koffie in op het balkon. „Je weet dat hij het op een gegeven moment niet meer redt”, zegt Ab. „Maar toch houd je dat voor jezelf achter. Dat is heel raar. Je denkt: het gebeurt niet.”

Wil: „Jij had dat heel erg, ik niet. Jij was boos. Ik dacht: ik hoef niet meer boos te zijn, dat heeft geen zin.”

Ab: „Jij zat elke dag in het ziekenhuis. Gelukkig ging ik naar mijn werk. Klinkt gek…”

„Hij kon het daar een beetje van zich afzetten.”

Ze zijn samen vanaf hun jonge tienerjaren. Hij werd fotograaf, vertegenwoordiger van snacks en deurwaarder bij de Belastingdienst. Zij was koffiejuffrouw en stond in winkels. Het langst in Zeeman, 24 jaar, tot haar pensioen.

Drie zoons en Norbert is de middelste. Een typische middelste: maakte iedereen aan het lachen, „hield de boel bij mekaar”. Was je bij de kapper geweest, dan zei hij er wat over.

Je weet dat hij het op een gegeven moment niet meer redt. Maar toch houd je dat voor jezelf achter

Hij was op zijn werk, als kok in een Leids restaurant, toen hij steken in z’n zij opmerkte. De dokter vond „een enorme bal”: lymfatische leukemie.

Dat was juni 2001. Er volgden chemo’s, pillen, een operatie om zijn milt te verwijderen. De pillen maakten Norbert misselijk. Hij sloeg ze weleens over. Hij geloofde sowieso niet dat de ziekte hem, een jongen van 23, wat kon maken. Zijn moeder werd boos toen ze erachter kwam. Jeetje Norbert, zei ze, wil je dan dood?

In februari 2002 was het weer helemaal mis. Dat was ook gebeurd mét pillen, stelde de dokter Ab en Wil gerust. In het najaar kwam de vraag waar hij wilde overlijden. Norbert ging naar huis, het huis waar Ab en Wil nu op het balkon zitten.

Hij lag er drie weken. Dertig november, rond acht uur ’s avonds, overleed hij. Een kamer vol vrienden. De nacht daarvoor had Wil naast hem geslapen. En de avond dáárvoor had Norbert met zijn twee broers Ice Age gekeken. Ze hadden gegierd van het lachen.

Wil: „Dat was wat hij wilde, met al die mensen. Dan doe je dat. Hij was onze zoon. Al zou die naar Timboektoe willen.”

Ab: „Je zit als een zombie in aan tafel. Inwendig ben je dood.”

Wil houdt een schaaltje koek voor. „Ik was bang dat we uit mekaar zouden vliegen”, zegt Ab. „We leefden gewoon op een eilandje. Alsof je een muur tussen jou en haar zet.”

Wil: „Ik had die angst een beetje, maar niet echt.”

Ab: „Dat interesseerde je op dat moment niet. Je trok je terug. Er werd wel gedacht aan eten, maar de rest was niet belangrijk meer.”

Wil: „Ab vond heel andere dingen belangrijk. De planten, die moesten per se blijven leven. Terwijl ik dacht: wat kunnen mij die planten nou schelen?”

Een aanvaring op werk leidde Ab naar een psychiater. Het heeft een jaar geduurd. Ook Wil ging met iemand praten, en de jongens, die los van elkaar een zenuwinzinking kregen bij de tandarts – sloegen ze ineens aan het „onbedaarlijk snikken”, in de woorden van Ab.

Ab: „Op een gegeven moment zei ik: ik ben er nou geloof ik wel overheen. Kwijtraken doe ik het nooit, maar ik ben wel rustiger. Ook met haar.”

Wil: „Na een jaar had ik het idee: ik ga weer leven. Er zijn toch nog leuke dingen.”

Ab: „We hebben dingen gezocht die ons beiden interesseren. De camping.”

Wil: „Nu hebben we weleens, als we een mooi nummer horen, dan zitten we lekker dicht tegen elkaar aan.”

2 Roland Vos

Door de poort voor de Joodse begraafplaats in Muiderberg komen stemmig geklede mensen. Ze gaan de parkeerplaats op, de dienst is net geweest. Een van hen is Roland Vos (54). Het is zijn vader die net begraven is, nog geen 24 uur nadat hij overleed.

Ja, nu is hij wees, zegt hij een week later in een kantoorruimte van zijn koosjere cateringruimte in Amstelveen. Maar wat dat betekent – hij weet het nog niet. Zijn moeder overleed twee jaar geleden, ze had verwaarloosde borstkanker en alzheimer. Zijn vader is er nooit meer overheen gekomen. Hij had haar verzorgd, het was meer dan hij aankon. Tegenover de buitenwereld deed hij alsof alles goed was. Maar ze vergat alles, was bozig, snapte niets meer.

Na haar dood kon het twee kanten op met zijn vader, zegt Vos: hij komt er weer bovenop of hij gaat bij de pakken neerzitten. Dat laatste heeft hij gedaan. Zijn vader werd somber, hij wilde graag dood.

Zelf had hij het een paar maanden heel moeilijk. Ook door zijn werk: stond hij op feestjes met de catering en intussen was zijn moeder overleden. Elke dag had hij haar even gebeld om te vertellen wat hij gedaan had. „Toen belde ik mijn vader maar, maar die was neerslachtig.” Nu die er ook niet meer is, belt hij zijn oom.

Ze ontmoetten elkaar op een dansavond van een joodse jongerenorganisatie, zijn ouders. Ze verloofden zich, het ging uit, de verlovingscadeaus terug naar de afzenders. Een jaar later kwamen ze elkaar weer tegen bij Maxim rond het Leidseplein, een café met een joodse eigenaar. Het kwam goed en ze kregen twee kinderen, Roland het jongst.

Dat zwijgen over de oorlog, het er niet over kunnen of willen hebben, dat is zwaarder dan het weten

Middenin het leven, zegt Vos over zijn ouders. Kleren maken voor de schoolmusical, besturen, actief bij zowel joodse als niet-joodse organisaties. Zijn vader was directeur rechtsbijstand bij Delta Lloyd en werkte daarna voor Afes-Avus, een Oostenrijkse schademaatschappij. Dat werd moeilijk gevonden in de familie, na de oorlog, werken bij een Oostenrijkse firma. Vooral toen zijn vader er tijdens een joodse feestdag naartoe moest. „Maar het waren verschrikkelijk lieve mensen”, zegt Vos. „Dus: nooit generaliseren.”

Vos is bijna de enige van zijn neven en nichten met vier grootouders. De meeste ooms en tantes zijn getrouwd met mensen die wees werden in de oorlog. De oorlog: zijn moeder zat in de trein vanuit kamp Bergen-Belsen die werd bevrijd door de Russen. Het bracht hem ertoe op school dwars te roepen dat Russen niet slecht zijn. Zijn vader was ondergedoken bij een boerenfamilie in Aalten. Met de zoon en kleinzoon heeft Vos nog contact, ze waren ook op de begrafenis.

De oorlog. Hij vindt het een moeilijker onderwerp dan de dood van zijn ouders. Niets, niets kreeg hij ervan mee; geen oorlogsboek gelezen, geen film gezien. Als er iets over Anne Frank op het journaal was, ging de tv uit. Op school zat hij in de feestcommissie. „Maar dat zwijgen, het er niet over kunnen of willen hebben, dat is zwaarder dan het weten.”

Het verleden uit zich toch. Leven is belangrijk, familie ook. Dat vonden zijn ouders en dat vindt hij. De joodse feestdagen, Sinterklaas, een nieuwe tuin – alles wordt gevierd, met zo’n veertig man familie. Verre neven en nichten zijn in afgesneden joodse families net zo neef of nicht als volle, legt hij uit.

Elk jaar levert hij chocoladeletters voor inkoopprijs aan het joods hospice, waar zijn moeder stierf. Hij regelt het eten en drinken voor de intocht van Sinterklaas in Amsterdam, hij zit in het Oranjecomité van Amstelveen. Het goede doen voor anderen, dat heeft hij van zijn ouders geleerd.

Het leven gaat door, ook dat leerden ze hem. De narigheid komt toch wel, de rest moet je vieren. Ja, zegt hij, dat is hoe het leven in elkaar zit.

3 Yvonne

In haar tas zitten een kaars, een gasaansteker, een stoffer, een doekje. Ze is hier elke dag. Het graf van haar zoon is een van de kleurrijkste graven op het islamitische veld van begraafplaats Zorgvlied. Bloemen, schelpjes, boompjes, lichtjes. Ze maakt schoon, geeft plantjes water, doet haar gebed en zwaait naar mensen die ze kent.

Zeventien maanden is Yvonne hem nu kwijt: Atakan Tekinturk, vrolijke man, levensgenieter en haar derde kind. De enige van de vier met blond haar en blauwe ogen. Negendertig was hij en nog lang niet uitgeraasd. Hij had een vriendin, heel veel vrienden, een huis aan de Amstel en een café in de binnenstad van Amsterdam.

Haar handen bewegen als ze praat, haar nagels rood gelakt. Een kind verliezen, zegt ze, dat is iets heel anders dan het overlijden van je ouders. „Niet dat dat niet verdrietig is, want die mis je ook. Maar het is de natuurlijke weg. En dit, dit hoort gewoon niet.”

Op zijn 25ste werd Atakan geopereerd aan een moedervlek – een melanoom bleek later. Na twee dagen stond hij alweer achter de bar bij Bouwman, het Amsterdamse café waar hij jarenlang werkte. Het leven ging door, feesten en hard werken. Hij beheerde een grand café in de Pijp, maar dat vond hij niks, veel te groot, en toen kwam The Cuban op zijn pad, een bruin buurtkroegje met gasten die speciaal voor hem zouden komen.

Als hij terugging naar zijn ouders in Zaandam liet hij het motortje van zijn scooter soms draaien. Dan zei hij: ‘Ik moet het pontje weer halen.’ „Zo gaat dat met een eigen zaak”, zegt ze. „Maar we hebben hem natuurlijk best weleens gemist.”

Ik heb hem het leven gegeven en hem eruit laten gaan

Hij werd moe, maar wie met zo’n ritme zou dat niet zijn? Werken tot diep in de nacht, slapen, openen, inkopen doen. Toen zijn arm en been uitvielen, zei de dokter dat dat door het zware tillen kwam. Maar op zaterdag 8 juli 2017, ze weet de datum nog precies, bracht zijn broer hem naar het ziekenhuis. De uitslag kwam twee dagen later: kanker in zijn longen en zijn hersenstam.

„Het is heel gek”, zegt ze. „Op het moment dat je dat hoort, weet je dat je je zoon gaat verliezen. Maar zolang hij er is, en je kunt hem aanraken, dan kun je dat als ouder niet begrijpen.”

Ze spraken er wel over, de dood, al vond hij dat niet fijn. Hij liet haar de muziek horen die hij had uitgezocht voor zijn afscheid. André Hazes, Marco Borsato, Diggy Dex. Ze hebben er samen bij gehuild.

Zijn vriendin verzorgde hem en regelde dat de zaak bleef draaien. Tijdens Gay Pride 2017, zijn laatste, Yvonne stond zoals altijd op de wc, werkte het personeel voor nop: de opbrengst ging naar de cbd-olie die de vader van zijn vriendin voor hem uit Amerika bestelde om de pijn te verzachten. In november deed hij de zaak van de hand, hij was te ziek. Er was een groot afscheidsfeest.

Op 11 maart 2018 overleed hij, na een hersenbloeding. Het hele gezin was erbij, maar zij sloot zijn ogen. „Daar ben ik blij mee. Ik heb hem het leven gegeven en hem eruit laten gaan.”

Hoe langer ze hem kwijt is, zegt ze, hoe moeilijker het wordt. „Omdat ik steeds meer besef dat hij niet meer terugkomt. Dat is keihard. Mijn enige troost is dat hij rust heeft.”

Hij wordt gemist. Die roze roos op het graf, ze weet niet van wie die is. Klanten van het café bellen haar om samen naar Zorgvlied te gaan. Op zijn begrafenis, eerst in de moskee vanwege zijn half-Turkse afkomst en de volgende dag op Zorgvlied, waren duizend mensen.

Er zijn mensen die zeggen: ga je nou nog steeds naar dat graf? Maar zij voelt zich hier prettig bij. „Ik denk dat ik hier meer aan heb dan aan een psycholoog. Als ik hier wegloop, dan voel ik me vrolijker. Met mijn andere kinderen drink ik koffie, bij Atakan zet ik een plantje neer.”

4 Rogier

Rogier (46) loopt over begraafplaats Heidehof in Ugchelen, een groen dorp nabij Apeldoorn. Zijn vriend heeft net afscheid genomen van een collega: jonge man, hartaanval. Rogier haalt hem op.

Hij komt graag op begraafplaatsen, ze geven hem bezinning. En het verschil tussen de stenen vindt hij interessant: die daar, langwerpig vol foto’s, lijkt wel een Instagrampagina.

De dood speelt een grote rol in zijn leven, vertelt hij later bij hem thuis. Toen hij 25 was, kreeg zijn vader slokdarmkanker. Drie maanden gaven de dokters hem, maar het werden er dertien, waarvan elf redelijk goed. Het was een mooi jaar. „We hadden alle tijd en hebben veel plezier gemaakt, mijn vader, moeder en ik. Er was ook narigheid, maar het was heel intiem.” Je perspectief verandert als zoiets gebeurt, zegt hij, de wereld lijkt rustiger. „Iemand gaat dood. Daar kun je heel pathetisch over doen, maar dat was wat er was.”

Hij stortte zich op de uitvaart. Geen cake en koffie in een crematorium, maar lekker eten op een mooie plek. Het cateringbedrijf had zijn vader zelf nog gebeld: ‘Zeg, ik geef maar één keer in mijn leven een begrafenis, dan wil ik het wel goed doen.’

Er werd gelachen en geproost. Een feestje voor zijn vader, zonder zijn vader. De leegte kwam de dag erna. „Je realiseert je dat ‘nooit meer’ wel heel lang is; je kunt daar niet overheen kijken.”

„En toen”, zegt hij, „ben ik uitvaartleider geworden.” Hij was net afgestudeerd als psycholoog, werkte op een afdeling P&O. Maar het had hem voldoening gegeven, een mooi afscheid neerzetten, tegen de uitvaartconventies in.

Je realiseert je dat ‘nooit meer’ wel heel lang is; je kunt daar niet overheen kijken

Hij leerde veel: voor grote groepen praten, hoe verschillend er in culturen met de dood wordt omgegaan. Dat rijkdom niet betekent dat er voor de overledene wordt uitgepakt – eerder andersom.

In 2006 verongelukte de zoon van de eigenaar van het familiebedrijf waar hij werkte. Samen hadden ze een soort Ronald McDonald Huis willen opzetten, voor stervenden en rouwenden. „Toen dacht ik: nou moet ik stoppen. Ze wilden het bedrijf op de oude manier voortzetten.” Een jaar later pleegde een ex-geliefde zelfmoord. ‘Dan hoeft het voor mij niet meer’, had hij gezegd, toen Rogier het uitmaakte.

Rogier kreeg de schuld van zijn dood. Hij mocht niet op de begrafenis komen. Zeven jaar waren ze samen geweest, hun hele leven hadden ze elkaar gekend. Op zijn werk, waar hij had gezegd dat zijn beste vriend was overleden, zeiden dat die de volgende week nog net zo dood zou zijn als nu.

„Dan kom je erachter hoe belangrijk het is dat je afscheid kunt nemen”, zegt hij na een korte stilte. „Al heb je maar een klein detail, een bevestiging dat iemand er niet meer is. Zonder afscheid slaat verdriet naar binnen.”

Hij was op vakantie met zijn vriend, ze stonden op een berg in Zuid-Spanje, hij dacht dat hij alles voor elkaar had, en ineens, tats, hij wist niet meer wie hij was. „Een klassieke vorm van een burn-out. Dat fixen we in twee weken, dacht ik, maar ik ben er een goed jaar mee bezig geweest.”

Tijdens zijn herstel ging zijn oma achteruit. Tot haar dood zorgde hij voor haar. Kwart over zeven in het verpleeghuis, wassen, ontbijten. De uitvaart deed hij zelf. „Toen wist ik: ik wil weer dieper met mensen werken.” Als arbeidspsycholoog ging hij mensen coachen bij hun loopbaan – en niet zelden stuit hij daarbij op onverwerkt verlies. Omdat het niet handig is als cliënten zijn levensverhaal kunnen opzoeken, wil hij niet met achternaam in de krant.

Begin dit jaar ging het mis met Claire, een goede vriendin. Dertig jaar, een hersentumor. Ze was al langer ziek maar ging plots hard achteruit. Ze spraken veel, hij verzorgde haar wekelijks. Eind juni overleed ze.

Als je weet dat het einde nadert, zegt hij, voelt de verbinding dieper. „Net als bij papa. Maar daarna komt de klap. Je moet daar dwars doorheen. Anders wordt rouw somatisch.”

5 Anneke Gatowinas

In haar linkerhand houdt ze een camera, aan haar rechterhand een hond. Anneke Gatowinas (52) staat in de schaduw op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag. Ze is hier voor de rust. Er is wel iemand die ze mist, zegt ze, maar die is ergens uitgestrooid. Ze heeft geen plekje om naartoe te gaan.

Op de bank in haar woonkamer, diezelfde middag, begint ze te vertellen. Bij haar voet ligt een leenhond, een andere dan vanmorgen. Ze heeft graag honden om zich heen, maar wil geen eigen meer, uit angst die te verliezen. Op tafel een fotoboek van Lady Di. Aan de deurklink hangt een bordje: Only my dog understands me.

„Mijn moeder raakte zwanger toen ze achttien was, mijn biologische vader vertrok. Ze woonde bij mijn oma in Scheveningen. Toen ik drie was, hertrouwde ze en verhuisden we naar Den Haag. Mijn zusje werd geboren. Maar ik ging elk weekend en in de vakanties terug naar oma, omdat ik haar zo miste. Zij had mij als baby verzorgd. Als ik verschoond moest worden, riep ik oma.”

Op haar twaalfde kreeg haar moeder een nieuwe vriend. Er was geweld. Als het mis was, rende Anneke naar de buren: oma bellen. Die haalde haar op met de auto. Ze dronken thee, speelden kaart, aten visjes in de haven. Ze sliep op de stretcher en hoefde niet naar school. De directeur wist ervan. Over de mavo deed ze zes jaar in plaats van vier.

Oma probeerde haar af te leiden. Ze was streng – ‘nooit geld uitgeven dat je niet hebt’, ‘netjes eten’ – maar verwende Anneke ook. Die had al jong door dat je geluk niet kunt kopen: ze had dan wel de duurste kleren van de klas, jaloers was ze op vriendinnetjes met een geweldloos gezin.

Eerst leefde ik voor mijn oma, daarna had mijn hond me nodig

Vluchten deed ze soms ook naar de overkant. Na school trouwde ze met de jongen die daar woonde. Haar oma was dol op hem; de trouwjurk kochten ze samen.

‘Aan alles komt een eind, zelfs aan oma’, zei oma weleens. Anneke wilde er niets van weten. Maar oma werd ziek. Twee jaar verzorgde Anneke haar. Chemotherapie, kapper, ziekenhuis, apotheek. Oma overleed toen Anneke net weg was. Alsof ze erop had gewacht.

„Mijn oma kende mij door en door”, zegt Anneke, en neemt een slok water. „Je verliest een gedeelte van jezelf. Eerst leefde ik voor haar, daarna had mijn hond me nodig.” Die maakte alles mee: oma, haar scheiding in 2002. „Toen mijn hond overleed, ben ik een jaar niet buiten geweest. Ik had angstaanvallen. Er lag een lijstje met begrafenisliedjes klaar.”

Ze bezocht een therapeut, inmiddels was ze in de veertig. Kreeg EMDR voor haar trauma’s. Een overwinning was een reis naar Londen, in haar eentje. Daar durfde ze alles wat ze in Den Haag niet durfde: met het ov, alleen slapen. „Mensen waren zo aardig. Mijn zelfvertrouwden groeide, in stapjes.”

Ze bezoekt Londen sindsdien een paar keer per jaar. Ze kan er uren in het park zitten, eekhoorntjes voeren. Ze voelt zich er dicht in de buurt van prinses Diana, een ander die belangrijk voor haar is. „Als ik naar haar kijk, zie ik zo’n sterke vrouw. Zo veel meegemaakt, maar toch altijd lief naar iedereen. Had ik maar een tiende van wat zij had.” Alle programma’s die over Diana op tv zijn geweest, heeft ze opgenomen.

En ze heeft muziek. Ze laat er veel voor om naar concerten te kunnen. Damian Wilson, Michael W. Smith, Johnny Logan. Na afloop kletst ze met de artiesten, ze kent er heel veel, heeft meer dan duizend foto’s van zichzelf met bekende mensen. Ze ontmoette veel concert-vriendinnen.

Er zijn terugvallen. Door een aandoening vanwege haar trauma’s heeft ze chronische pijn. Maar van EMDR-therapieën is het niet meer gekomen. „Ik zorg dat er altijd iets is om naar uit te kijken”, zegt ze. „Ik waardeer meer. Omdat ik zo veel heb meegemaakt, wil ik nu gewoon leven.”

Lees Meer

Leave a Comment